Ouderdomspensioen

Voor de opbouw van pensioen voor uw werknemer betaalt u pensioenpremie. Deze premie betaalt u samen met uw werknemer. Het pensioenfonds beheert de ingelegde gelden en zorgt ervoor dat er na pensionering van de werknemer maandelijks pensioen aan hem wordt uitgekeerd.

Periode pensioenopbouw

Een werknemer begint met het opbouwen van pensioen vanaf het moment dat hij in dienst komt. Komt hij voor zijn 21ste in dienst, dan bouwt hij pensioen op vanaf de eerste maand waarin hij 21 wordt. U moet dit binnen één maand na aanvang aan de werknemer en aan het pensioenfonds melden. De opbouw van het ouderdomspensioen stopt als de werknemer met pensioen gaat.

Opbouw

Jaarlijks bouwt de werknemer 2,05% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is het jaarloon minus de franchise. De pensioengrondsslag voor werknemers die parttime werken, wordt evenredig vastgesteld.

  • Jaarloon: het loon dat geldt voor de pensioenopbouw is het BTER-loon.
  • Franchise: bij de pensioenopbouw wordt rekening gehouden met de AOW die de werknemer vanaf 65-jarige leeftijd van de overheid ontvangt. Over een deel van het inkomen (de franchise) bouwt de werknemer daarom geen pensioen op. De meest recente franchisebedragen vindt u bij Premies

Start pensioenuitkering

Het ouderdomspensioen gaat standaard in op de eerste dag van de maand waarin de werknemer 65 wordt. Hij ontvangt het ouderdomspensioen levenslang. Wil uw werknemer voor zijn 65ste met pensioen, dan is het mogelijk om het ouderdomspensioen eerder in te laten gaan. Hij kan met pensioen vanaf de eerste van de maand waarin hij 60 wordt. Eerder met pensioen gaan heeft wel gevolgen voor de hoogte van het ouderdoms- en partnerpensioen.

Hoogte van het ouderdomspensioen

Hoeveel pensioen de werknemer opbouwt, is afhankelijk van de hoogte van zijn loon, hoe lang hij meedoet aan de regeling en het soort pensioenregeling. Daarnaast ontvangt hij vanaf zijn 65ste een AOW-uitkering van de overheid.

De werknemer kan variëren met de hoogte van de uitkering. Na zijn pensioen kan hij bijvoorbeeld eerst een tijdje een hogere pensioenuitkering kiezen, en daarna levenslang een lagere. Omgekeerd is ook mogelijk, als de lagere uitkering minstens 75% is van de hogere.

Is de werknemer geboren in de jaren 1950 tot en met 1981, dan kan deze onder bepaalde voorwaarden extra pensioenaanspraken krijgen. Kijk daarvoor bij Overgangsregeling.

Wie betaalt de premie?

U en uw werknemer betalen samen de premie voor de opbouw van zijn pensioen. U vindt een overzicht van de meest recente premiepercentages bij Premies.

Afkoop pensioenrechten

De werknemer kan het ouderdomspensioen in één keer ontvangen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Voorwaarde hiervoor is dat het ouderdomspensioen niet meer bedraagt dan de wettelijke afkoopgrens (€ 438,44 in 2012). De werknemer ontvangt na deze afkoop geen pensioen meer van het pensioenfonds en dat geldt (na overlijden) ook voor zijn of haar nabestaanden. De werknemer ontvangt een afkoopaanbod van het pensioenfonds op het moment dat deze met pensioen gaat.

Is het opgebouwd ouderdomspensioen minder dan € 100,- per jaar? Dan kan het ouderdomspensioen ook vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd worden afgekocht. Afkoop is alleen mogelijk als de werknemer daar toestemming voor geeft. Meer weten? Neem dan contact op met het pensioenfonds via het Klant Contact Center.  

 
print print icon